Wanneer veiligheid onveilig voelt
Misschien herken je dit wel. Je hebt eindelijk afstand genomen van relaties of situaties die je uitputten.
Je bent met jezelf aan de slag gegaan, bent dingen gaan begrijpen en voelt dat je stappen hebt gezet.
Je komt mensen tegen die rustig zijn, duidelijk, niet manipulatief en eigenlijk precies wat je altijd hebt gemist.
En toch gebeurt er iets wat je totaal niet had verwacht. Je raakt onrustig, begint te twijfelen aan jezelf en hebt soms zelfs het gevoel dat je jezelf een beetje kwijtraakt.
Dat is het moment waarop veel mensen denken dat ze terugvallen. je kan denken van, ojeeee daar ga ik weer!
Wat langdurige onveiligheid met je zenuwstelsel doet
Als je langere tijd in een onveilige of destructieve dynamiek hebt gezeten, past je zenuwstelsel zich daarop aan. Niet aan wat gezond is, maar aan wat nodig is om te overleven.
Je lichaam leert om constant alert te zijn. Je scant automatisch de sfeer, voelt aan hoe de ander zich voelt en bent bezig met wat er mogelijk kan gebeuren.
Soms merk je dat heel duidelijk, bijvoorbeeld in spanning in je lichaam of een verhoogde hartslag. Maar vaak is het subtieler en voelt het alsof je altijd een beetje “aan” staat.
Je systeem heeft verschillende manieren ontwikkeld om met die onveiligheid om te gaan.
Soms reageer je door controle te nemen of scherp te worden.
Soms door jezelf terug te trekken of juist harder te werken en alles op te lossen.
Soms klap je dicht en voel je minder. En heel vaak ga je aanpassen, pleasen en zorgen om spanning te voorkomen.
Dat laatste wordt vaak niet eens herkend als stressreactie, omdat het zo normaal voelt. Maar het is precies dat. Een manier van je systeem om veiligheid te creëren door jezelf aan te passen.
Hoe spanning je nieuwe normaal wordt
Als je lang genoeg in zo’n dynamiek zit, gaat je lichaam spanning herkennen als normaal. Onrust voelt vertrouwd, emotionele intensiteit voelt als verbinding en je systeem raakt gewend aan een bepaalde mate van alertheid.
Dat betekent dat rust, stabiliteit en gelijkwaardigheid niet meteen als veilig worden ervaren. Sterker nog, het kan juist vreemd of ongemakkelijk voelen.
Je lichaam heeft geleerd dat nabijheid samenhangt met aanpassen en alert zijn. Dat maakt dat je systeem spanning koppelt aan verbinding, zonder dat je dat bewust doorhebt.
Wat er gebeurt als je ineens wél in een veilige situatie zit
Op het moment dat je iemand ontmoet die wel stabiel is, die je grenzen respecteert en die emotioneel beschikbaar is, gebeurt er iets interessants.
Je hoofd denkt dat dit goed is. Je ziet dat het klopt. Maar je lichaam reageert anders.
Je kunt onrust voelen zonder duidelijke reden, het gevoel hebben dat je niet helemaal jezelf bent of ineens twijfelen aan de ander terwijl daar eigenlijk geen concrete aanleiding voor is. Soms voel je leegte, irritatie of de neiging om afstand te nemen.
Dat is verwarrend, omdat je zo lang hebt verlangd naar rust en veiligheid. En als het er dan is, voelt het niet meteen goed.
Waarom veiligheid onveilig kan voelen
Je zenuwstelsel werkt niet op basis van wat gezond is, maar op basis van wat bekend is. Als jouw systeem gewend is geraakt aan onrust, spanning en aanpassen, dan is dat wat het herkent als “normaal”.
Wanneer die spanning er niet meer is, weet je systeem niet goed wat het daarmee moet. Het mist als het ware het referentiepunt waar het altijd op heeft gedraaid.
Daardoor kan je lichaam zelf onrust gaan creëren of signalen afgeven dat er iets niet klopt, terwijl er in werkelijkheid geen gevaar is. Niet omdat veiligheid verkeerd is, maar omdat het onbekend is.
Het verschil tussen echte onveiligheid en oude reacties
Het is belangrijk om onderscheid te leren maken tussen echte onveiligheid en veiligheid die onveilig voelt.
Bij echte onveiligheid is er een duidelijke aanleiding. Je merkt dat er iets gebeurt in het contact wat niet klopt. Er is druk, manipulatie of je voelt dat je over je grenzen gaat. Je lichaam reageert scherp en gericht op die situatie.
Bij veiligheid die onveilig voelt, ontbreekt die duidelijke aanleiding. De ander is stabiel, er is geen druk en je grenzen worden gerespecteerd. Toch voel je onrust, twijfel of de neiging om weg te gaan, zonder dat je precies kunt aanwijzen waarom.
Die onrust komt dan niet voort uit de ander, maar uit jouw systeem dat iets nieuws aan het leren is.
Wat er in je lichaam gebeurt
Op het moment dat je in een veilige verbinding zit, kan je systeem voor het eerst echt gaan ontspannen. En juist in die ontspanning kunnen oude lagen voelbaar worden die eerder onderdrukt waren.
Je kunt je wat vervreemd voelen, vermoeid of emotioneel in de war. Niet omdat er iets mis is met de situatie, maar omdat je lichaam aan het verwerken is wat het eerder niet kon voelen.
Je zenuwstelsel moet als het ware opnieuw leren dat nabijheid niet automatisch gevaar betekent. En dat gebeurt niet door erover na te denken, maar door het herhaaldelijk te ervaren.
Waarom dit geen terugval is, maar groei
Veel mensen schrikken als dit gebeurt en denken dat er iets mis is. Dat ze het niet kunnen of dat de ander toch niet goed voor ze is.
Maar vaak is dit juist een teken dat je systeem in beweging is. Je gaat van overleven naar reguleren. Dat is geen rechte lijn en het voelt niet altijd comfortabel.
Langzaam ga je merken dat rust minder leeg voelt, dat stabiliteit minder saai is en dat je minder hoeft te scannen of jezelf uit te leggen. Je hoeft niet meer te pleasen om verbinding te houden en je hoeft jezelf niet meer kwijt te raken om iemand anders dichtbij te houden.
Hoe je jezelf hierin helpt
De eerste stap is herkennen wat er gebeurt. Dat je begrijpt dat deze onrust niet betekent dat het niet goed zit, maar dat je systeem aan het wennen is aan iets nieuws.
In plaats van het weg te duwen of te analyseren, helpt het om te voelen wat er gebeurt zonder er meteen een conclusie aan te verbinden. Je kunt jezelf bijvoorbeeld afvragen waar je het voelt in je lichaam en of je daar even bij kunt blijven zonder iets te hoeven doen.
Het gaat niet om het oplossen of begrijpen, maar om het leren verdragen van wat er opkomt, zodat je systeem nieuwe ervaringen kan opslaan.
Daarnaast is het belangrijk om het klein te houden. Veiligheid hoeft niet in één keer diep en intens te zijn. Juist door het in kleine, herhaalbare momenten te ervaren, kan je lichaam langzaam wennen.
En soms betekent dat ook dat je even afstand neemt of een stap terug doet. Niet omdat je faalt, maar omdat je systeem nog aan het leren is.
Je raakt jezelf niet kwijt, je komt juist dichterbij
Wanneer veiligheid onveilig voelt, lijkt het alsof je jezelf verliest. Maar vaak gebeurt precies het tegenovergestelde.
Je raakt niet jezelf kwijt, je raakt de oude manieren kwijt waarop je jezelf beschermde. En dat voelt eerst instabiel, omdat het zo lang jouw houvast is geweest.
Maar onder die lagen zit iets wat veel dichter bij jou ligt. Rust, ruimte en een gevoel van veiligheid dat niet afhankelijk is van de ander.
En dat is misschien wel de belangrijkste verschuiving. Dat je gaat ervaren dat je jezelf niet meer hoeft te verlaten om verbinding te houden, maar dat je juist dichter bij jezelf kunt blijven terwijl je in contact bent met de ander.
En dat is geen snelle verandering, maar een proces.
Een proces waarin je systeem stap voor stap leert dat verbinding ook zacht, rustig en veilig kan zijn.
Wil je meer inspiratie over dit soort onderwerpen? Luister dan eens naar mijn podcast